Dingen die uit elkaar vallen, is een soort test en ook een soort genezing. We denken dat het erom gaat de test te doorstaan of het probleem te overwinnen, maar de waarheid is dat dingen niet echt worden opgelost. Ze komen samen en vallen weer uit elkaar. Dan komen ze weer samen en vallen ze weer uit elkaar. Zo is het nu eenmaal. De genezing komt voort uit het geven van ruimte voor dit alles: ruimte voor verdriet, voor opluchting, voor ellende, voor vreugde.
Als we denken dat iets ons plezier gaat brengen, weten we niet wat er werkelijk gaat gebeuren. Als we denken dat iets ons ellende gaat bezorgen, weten we het niet. Ruimte laten voor niet-weten is het allerbelangrijkste. We proberen te doen wat we denken dat ons zal helpen. Maar we weten het niet. We weten nooit of we zullen vallen of rechtop zullen blijven zitten. Als er teleurstelling is, weten we niet of dat het einde van het verhaal is. Het kan slechts het begin zijn van een geweldig avontuur…
Wanneer dingen uit elkaar vallen en we op de rand staan van we weten niet wat, is de test voor ieder van ons om op die rand te blijven en niet te concretiseren. De spirituele reis gaat niet over de hemel en uiteindelijk een plek bereiken die echt geweldig is. Sterker nog, die manier van kijken naar dingen houdt ons ellendig. Denken dat we blijvend plezier kunnen vinden en pijn kunnen vermijden, is wat in het boeddhisme samsara wordt genoemd, een hopeloze cyclus die eindeloos ronddraait en ons enorm doet lijden. De allereerste nobele waarheid van Boeddha wijst erop dat lijden onvermijdelijk is voor mensen zolang we geloven dat dingen blijven bestaan – dat ze niet uiteenvallen, dat we erop kunnen rekenen dat ze onze honger naar veiligheid stillen. Vanuit dit perspectief weten we pas echt wat er aan de hand is wanneer de grond onder ons wordt weggetrokken en we geen plek meer kunnen vinden om te landen. We gebruiken deze situaties om onszelf wakker te maken of om onszelf in slaap te sussen. Juist nu – in het moment van de grondloosheid – ligt de kiem voor het zorgen voor degenen die onze zorg nodig hebben, voor het ontdekken van onze goedheid…
Het leven is een goede leermeester en een goede vriend. Dingen zijn altijd in transitie, als we dat maar eens zouden beseffen. Niets vat zichzelf ooit samen zoals we graag dromen. De excentrische, tussenliggende toestand is een ideale situatie, een situatie waarin we niet vastlopen en waarin we ons hart en onze geest tot in den treure kunnen openen. Het is een zeer tedere, niet-agressieve, open toestand.
Blijven bij die trillende gevoelens – bij een gebroken hart, een knorrende maag, een gevoel van hopeloosheid – dát is het pad naar waarachtig ontwaken. Blijven bij die onzekerheid, de kunst van ontspannen te midden van chaos leren, leren niet in paniek te raken – dát is het spirituele pad. De kunst van onszelf oppakken, onszelf mild en meelevend oppakken, dát is het pad van de krijger…”